Oefenbestanden



Inburgering A0 - A1

Oefeningen Luisteren Raps Hoorspelen
Inburgeringsoefening 1 Hoofdstuk 1 oefening 1A Dag, hoe gaat het Hoorspel 1
Inburgeringsoefening 2 Hoofdstuk 1 oefening 1B Dag mevrouw, hoe gaat het? Hoorspel 2
Inburgeringsoefening 3 Hoofdstuk 1 oefening 1C Prettige dag verder! Hoorspel 3
Inburgeringsoefening 4 Hoofdstuk 2 oefening 1 Wil je wat drinken? Hoorspel 4
Inburgeringsoefening 5 Hoofdstuk 3 oefening 1A Hou je van vis? Hoorspel 5
Inburgeringsoefening 6 Hoofdstuk 3 oefening 1B Vader en moeder Hoorspel 6
Inburgeringsoefening 7 Hoofdstuk 3 oefening 4 Broers en zussen Hoorspel 7
Inburgeringsoefening 8 Hoofdstuk 4 oefening 1A Eenentwintig jongens Hoorspel 9
Inburgeringsoefening 9 Hoofdstuk 4 oefening 1B Ik moet van Utrecht naar Breda Hoorspel 10
Inburgeringsoefening 10 Hoofdstuk 4 oefening 6A Kun je op de elfde Hoorspel 12
Inburgeringsoefening 11 Hoofdstuk 4 oefening 6B Wat doe je op maandag? Hoorspel 14/1
Inburgeringsoefening 12 Hoofdstuk 5 oefening 2 Weet jij waar Marian woont? Hoorspel 14/2
Inburgeringsoefening 13 Hoofdstuk 5 oefening 5 Hoe ga je nu naar huis? Hoorspel 15
Inburgeringsoefening 14 Hoofdstuk 6 oefening 1 Die vis daar, wat kost die? Hoorspel 16
Inburgeringsoefening 15 Hoofdstuk 6 oefening 2 Doet dit pijn? Hoorspel 17
Inburgeringsoefening 16 Hoofdstuk 6 oefening 3 Au Hoorspel 18
Inburgeringsoefening 17 Hoofdstuk 6 oefening 4 Is het u of jij? Hoorspel 19
Inburgeringsoefening 18 Hoofdstuk 6 oefening 6 Alweer vies weer! Hoorspel 20
Inburgeringsoefening 19 Hoofdstuk 6 oefening 8 De zon wordt almaar heter Hoorspel 21
Inburgeringsoefening 20 Hoofdstuk 7 oefening 1 D'r uit, ga uit mijn ogen Hoorspel 22
Inburgeringsoefening 21 Hoofdstuk 7 oefening 6 Dag An, gefeliciteerd he Hoorspel 23
Inburgeringsoefening 22 Hoofdstuk 8 oefening 1 Vier jij trouwens nog je verjaardag? Hoorspel 24
Inburgeringsoefening 23 Hoofdstuk 9 oefening 1 Ik stap maar weer eens op Hoorspel 26
Inburgeringsoefening 24 Hoofdstuk 10 oefening 1 Was je gisteren in Den Haag? Hoorspel 27
Inburgeringsoefening 25 Hoofdstuk 11 oefening 1 Hij zit te denken Hoorspel 28
Inburgeringsoefening 26 Hoofdstuk 12 oefening 1 Wanneer gaan jullie met vakantie? Hoorspel 29
Inburgeringsoefening 27 Hoofdstuk 13 oefening 1 Waarom is het 's avonds donker? Hoorspel 30
Inburgeringsoefening 28 Hoofdstuk 14 oefening 1 Mag ik iets vragen? Hoorspel 31
Inburgeringsoefening 29 Hoofdstuk 14 oefening 5 Kun jij misschien die doos even inpakken? Hoorspel 32
Inburgeringsoefening 30 Hoofdstuk 15 oefening 1 Kijk dit koffieapparaat Hoorspel 33
Inburgeringsoefening 31 Hoofdstuk 16 oefening 1 Hoe oud ben je? Hoorspel 34
de Cv Hoofdstuk 16 oefening 5 Deur dicht! Hoorspel 35
de sollicitatiebrief Hoofdstuk 17 oefening 1A Pardon, mag ik er even langs? Hoorspel 36
Inburgeringsoefening 32 Hoofdstuk 17 oefening 1B Wat zie je er goed uit! Hoorspel 37
Inburgeringsoefening 33 Hoofdstuk 18 oefening 1 Wat een leuke jas! Hoorspel 38
Inburgeringsoefening 34 Hoofdstuk 18 oefening 5 Hoe vind je deze jas? Hoorspel 39
Inburgeringsoefening 35 Hoofdstuk 19 oefening 1 Een kleine man en een kleine vrouw Hoorspel 40
Inburgeringsoefening 36 Hoofdstuk 19 oefening 5 Sst, de baby slaapt
Inburgeringsoefening 37 Hoofdstuk 20 oefening 1 Heb je een momentje?
Hoofdstuk 21 oefening 1 Zullen we naar het strand gaan?
Hoofdstuk 21 oefening 5 Zullen we iets leuks gaan doen?
Hoofdstuk 22 oefening 1 Pas op hoor, voorzichtig
Hoofdstuk 23 oefening 1 Toptaal, met Lydia
Hoofdstuk 23 oefening 5 Heb je het gehoord?
Hoofdstuk 24 oefening 1 Een laars is een soort schoen
Hoofdstuk 25 oefening 1 De koning en de koningin
Hoofdstuk 26 oefening 1 Wat moet ik zeggen?
Hoofdstuk 27 oefening 1 Is dat mijn boek?
Hoofdstuk 28 oefening 1 Hoe heet hij?
Hoofdstuk 28 oefening 4 Je ziet zo wit
Hoofdstuk 29 oefening 1 Wie iets verzamelt is verzamelaar
Hoofdstuk 30 oefening 1 Ze heeft ringen aan haar vingers
Hoofdstuk 31 oefening 1 Van Barendrecht naar Zwijndrecht
Hoofdstuk 32 oefening 1 Ik kan het niet
Hoofdstuk 33 oefening 1 Heeft hij een huis?
Hoofdstuk 33 oefening 3 Hij komt vandaag niet thuis
Hoofdstuk 34 oefening 1 Wat kom je doen?
Hoofdstuk 35 oefening 1 Ze ligt in de zon om bruin te worden
Hoofdstuk 35 oefening 8 Eerst doe ik altijd het licht aan
Hoofdstuk 36 oefening 1 Komen ze vandaag of morgen?
Hoofdstuk 36 oefening 8 Ze vindt hem de knapste
Hoofdstuk 37 oefening 1 Dat is het gekste wat ik ooit heb gehoord
Hoofdstuk 38 oefening 1 Wie heeft de taart gezien?
Hoofdstuk 39 oefening 1
Hoofdstuk 40 oefening 1
Hoofdstuk 40 oefening 7